De geschiedenis van de Michaëlskerk

De Michaëlskerk te Oosterland op Wieringen dateert in z’n huidige tufstenen gedaante uit de vroege twaalfde eeuw. Daarmee is het een van de oudste kerken van Holland. Daarvoor heeft er in ieder geval nog een houten kerkje gestaan dat, zoals een bord in de kerk weergeeft ‘ontwijd werd door de heidensche Noormannen’. Opgravingen in de kerk tijdens de laatste restauratie hebben uitgewezen dat er al bewoning op Oosterland was tussen de vijfde en twaalfde eeuw voor Christus: veel vroeger dan tot nu toe werd aangenomen.

Het oudste historische bericht over de kerk is te vinden in de lijst van goederen die het klooster Fulda aan de Weser aan het eind van de achtste eeuw bezat. Ook onder de bezittingen van de bisschopskerk van Utrecht waarvan de oudste lijst waarschijnlijk uit de tiende eeuw dateert, komt Wieringen voor. Daar wordt vermeld dat er kerken stonden op beide gedeelten van Wieringen.

De kerk van Oosterland was aan de Heilige Michaël gewijd, die vooral in de vroege middeleeuwen als schutspatroon werd gekozen. De Heilige Michaël werd graag aangeroepen op hoger gelegen plaatsen als beschermer tegen het kwaad van de duivel en tegen de gevaren van de zee. Het ligt zeer voor de hand dat deze intenties een rol gespeeld hebben bij de stichting van de hoog gelegen kerk. In vorige eeuwen diende de kerk als schuilplaats voor bevolking en vee bij overstromingen.

Tijdens de gotiek werd het Romaanse koor vervangen door een gotisch. Wegens bouwvalligheid werd dit gotische koor gesloopt in 1828. In het gat dat daardoor ontstond in de oostgevel werd een muur ‘gehangen’: zonder fundering zoals tijdens de laatste restauratie bleek.

Rond 1880 verkeerde de kerk in slechte staat. De schimmel stond binnen op de muren, veel van de rode pannen waren van het dak gewaaid en baldadige jeugd gooiden de ruiten in. Er werd een restauratieplan opgesteld maar het kleine aantal boeren en vissers dat op Oost-Wieringen woonde, kon het kapitaal van drieduizend gulden onmogelijk bij elkaar krijgen. Er werd een plan geopperd de kerk te slopen en te vervangen door een modern gebouw met veel glas. Dit bleek (gelukkig) nog duurder te zijn.

Na veel moeilijkheden kwam in de jaren 1885 - 1887 een restauratie tot stand onder leiding van de heer dr. P.J.H. Cuypers. Tijdens deze restauratie is het dak van de kerk geheel vernieuwd: de in de gotiek aangebrachte steile kap werd vervangen door een lager Romaans. De ingang in de zuidmuur werd dichtgemetseld en in de kerk kwam een flauwgebogen kap als zoldering; voor die tijd keek men tegen de dakwand aan.

Deze restauratie heeft de kerk in de vorige eeuw van de ondergang gered, al werden er door Cuypers ook fouten gemaakt. Zo werden nieuwe stukken buitenmuur aangebracht (van een mindere kwaliteit tufsteen) zonder dat rekening werd gehouden met verankering met de binnenmuren. Daardoor ging de vulling van keien en mortel in de spouw zakken en gingen de muren een eeuw later aan het eind van de tachtiger jaren zichtbaar bol staan en dreigde zelfs het gevaar van ‘implosie’. In 1910 werden veel kerkramen (lelijk) vergroot. Dit heeft de constructie van het gebouw geen goed gedaan.

RESTAURATIE 1990 — 1994

Na de restauratie in de negentiende eeuw en een opknapbeurt in de jaren dertig van de vorige eeuw was de kerk in de zeventiger jaren wederom aan een grondige opknapbeurt toe. Er werd een restauratieplan opgesteld maar de zaak raakte in de versukkeling toen de architect overleed. De hervormde gemeente hield bovendien haar kerkdiensten in het naburige Den Oever, zodat de kerkvoogdij die ook de zorg had voor twee andere kerken, geen haast maakte.

Pas toen de gebruikers, het Oecumenisch Centrum en de Culturele Kring, een nieuwe ploeg kerkvoogden wist te enthousiasmeren voor een restauratie, kwam er gang in de voorbereidingen.

Er werd een architect gekozen en alvast een aannemer. Plannen werden gemaakt, bezoeken gebracht aan vergelijkbare kerken in Groningen en Friesland en er werd getekend. De grond waar het koor had gestaan, werd onderzocht. Eerst op eigen kosten, maar het bleek voor de Rijksdienst van Oudheidkundig Bodemonderzoek zo interessant dat zij het karwei overnamen. De uitkomst was verrassend: van het oorspronkelijk gebouwde Romaanse koor was de fundering van zwerfkeien nog volledig intact; van het later gebouwde gotische koor was nauwelijks iets te vinden. Nu het te bewijzen was waar het oorspronkelijke koor precies had gestaan, werd de herbouw van dit koor in de plannen opgenomen.

Een subsidieaanvraag ging naar Monumentenzorg. Deze Rijksdienst had direct al moeite met het plan. De herbouw van het koor kon geen genade vinden bij de Rijksdienst. Restaureren is conserveren, en daarbij past geen nieuwbouw, aldus de daar geldende opvatting. Indien al een koor gebouwd zou worden, dan moest duidelijk zijn dat het ging om een eigentijdse bouw; dus zou het koor moeten worden opgetrokken in bijvoorbeeld glas, staal en beton.

Na veel discussie besloot Monumentenzorg de zaak voor te leggen aan de Monumentenraad. Deze raad was er binnen een half uur uit: de restauratiecommissie kon haar gang gaan met een koor in tufsteen; uiteraard wel op eigen kosten.

Het duurde vervolgens nog enige jaren voordat de subsidiebeschikking kwam. Op Oosterland uitgenodigde Tweede Kamerleden konden daar in Zeist niets aan veranderen. Toen de beschikking kwam, moest er evenwel direct (binnen drie maanden) begonnen worden met de bouw, op straffe van vervallenverklaring van de subsidie. Op 31 maart 1990 werden tijdens een feestelijke bijeenkomst in de kerk de eerste steigers door aannemer Sytse Douwe van der Vegt en z’n uitvoerder Geert Spijkstra geplaatst.

Er was veel belangstelling en steun van de Wieringer bevolking. Er waren verschillende ‘open dagen’ waarop gekeken kon worden naar de vorderingen. Deze dagen trokken veel bezoekers. Financiële bijdragen kwamen behalve van verschillende fondsen ook van de bevolking. Zo werden ondermeer de voordeur, de ramen in het koor en herstel van de wijzerplaten door plaatselijke groeperingen betaald.

Meest opvallende punten bij deze restauratie:


muur zuidkant


raam noordkant

de muren werden opnieuw opgebouwd met Römer tufsteen;
binnen- en buitenmuren om de meter verbonden
    met roestvrijstalen ankers;
de grote ramen teruggebracht naar Romaans formaat;
herbouw Romaans koor;
aanbrengen crypte onder dit koor;
zoldering met tongewelf in plaats van flauwgebogen kap;
gewelfschildering door Anne Höfte
    (afbeelding van een beschermende Michaël);
gerestaureerde preekstoel terug naar zuidmuur;
gerestaureerd Teschemacherorgel van balkon naar beneden;
balkon vergroot en verlaagd;
praktische (gesponsorde) keuken.
 

Veel werkzaamheden werden door vrijwilligers verricht: sloopwerkzaamheden, afvoer van puin, aanvoer van materialen op de steigers, stenen bikken, schoonmaakwerkzaamheden, schilderen en aanvoer van meubilair (uit Friesland), zerken en plavuizen (uit heel Noord-Holland).

Geldgebrek is bij een restauratie geen bijzonderheid; hier moest echter de bouw wegens geldgebrek stilgelegd worden, maar uiteindelijk is in september 1994 de kerk door het Oecumenisch Centrum feestelijk in gebruik genomen.

Verder naar:

de toren

 

het teschemacherorgel

 

het zwaard van bloys van treslong

 

oude munten

 

terug naar de homepagina



adres:  Postbus 19,  1777 ZG  HIPPOLYTUSHOEF
e-mail:  ocm@michaelskerk.org
Colofon
update:  31-12-2007