"Ons is een schat ontfutseld"

Verduistering oude munten dupeert hervormde gemeente voor tienduizenden guldens

In Sassenheim zijn maandag tien middeleeuwse munten geveild, die zijn gevonden bij de Michaëlskerk. De munten zijn illegaal op de veiling aangeboden, volgens kerkvoogd Elbert Volkers en cantor Kees Klein van de restauratiecommissie van de Oosterlander kerk. Nochtans konden zij de veiling niet verhinderen, omdat de betrokkenen weigerden te onthullen wie de munten te koop hebben aangeboden. Onder de penningen was een zeer zeldzaam exemplaar, dat tienduizend gulden opbracht. De totale opbrengst was dertig mille.

Klein en Volkers zijn witheet vanwege deze gang van zaken. "Langs illegale weg verkregen munten zijn op een legale wijze ter verkoop aangeboden, met medeweten van een rijksinstelling. Volgens deskundigen is dit het werk van specialisten met de juiste kennis om een illegale vondst op legale wijze in de handel te brengen. Je kunt het vergelijken met het witwassen van zwart geld. Ons is een schat ontfutseld."

Volkers kreeg afgelopen vrijdag de tip dat de munten maandag ter veiling zouden worden aangeboden. Vanuit Sassenheim wilde men echter geen inlichtingen geven over degenen die de munten aanboden. De munten werden schoongemaakt en gedetermineerd door het Rijkspenningenkabinet. Dat wilde over de aanbieders van de munten echter -uit gewoonte- evenmin iets zeggen. De kerkvoogd bracht ook het Rijksinstituut voor Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) op de hoogte, dat in en om de Michaëlskerk opgravingen heeft gedaan.

"Daar wisten ze niet wat ze hoorden. Voor het onderzoek van het ROB is de restauratie een week stilgelegd. Ze zijn van voor tot achter aan het graven geweest, vaak nog tot ‘s avonds laat, en hebben geen munten van betekenis gevonden, afgezien van een bronzen penning uit de veertiende eeuw. Alles hebben ze uitgekamd. Daarom snappen ze niet hoe dit gebeurd kan zijn".

Monumentenwet

Alles wat in of bij een monument wordt gevonden en ouder is dan vijftig jaar, valt onder de monumentenwet. Vondsten moeten in zo’n geval worden aangemeld bij de burgemeester, die het ROB dient te waarschuwen. Dan wordt de vondst gedocumenteerd en in overleg met de eigenaar naar een bepaalde plaats gebracht. Het moge blijken dat deze procedure niet is gevolgd. Via allerlei omwegen is nog getracht de veiling te verhinderen, maar dat bleef zonder succes. Het pronkstuk van de collectie -een gouden gulden uit de late vijftiende eeuw- maakt nu deel uit van de historische collectie van De Nederlandsche Bank.

Van negen van de tien munten is Oosterland als vindplaats aangemeld. De tiende is aangetroffen in Den Oever in een hoop grond, die van de kerk afkomstig was. Die was overgebleven van het graafwerk van de crypte onder het koor en is later in Den Oever gestort. De vinders moeten goed op de hoogte zijn geweest van deze gebeurtenissen en hun ogen tijdens de werkzaamheden wellicht goed de kost hebben kunnen geven.

Maar wie hebben er, buiten het ROB, gegraven en wanneer? Klein weet dat het in principe iedereen zou kunnen zijn. "Er meldden zich ook een keer amateurs met metaaldetectors. Ze kregen toestemming om te zoeken en wisten dat ze een eventuele vondst aan ons moesten overdragen. Maar het kan net zo goed een ander zijn geweest. De kerk was op slot als er niet gewerkt werd, maar rondom de bouwplaats hebben hopen met aarde gelegen. En ja, wie zijn hier allemaal niet bezig geweest in die tijd? Tientallen mensen. Zoiets is niet bij te houden".

Via de organisator van de veiling of het Rijkspenningenkabinet moet gemakkelijk te achterhalen zijn, wie de stukken ter verkoop heeft aangeboden. Zij beroepen zich op hun discretie, maar dat kan wellicht anders worden als inderdaad blijkt, dat er strafbare feiten zijn gepleegd. Dan zouden ze kunnen worden gedwongen tot opening van zaken. Het Rijkspenningenkabinet heeft intussen aangeboden de vinders en de kerkvoogdij met elkaar in contact te brengen. Ook worden de determinatierapporten opgestuurd. "Zodra we precies weten wat ons is ontstolen, kunnen we aangifte doen. We zullen kijken hoe sterk we juridisch staan. En misschien zijn er nog wel meer munten gevonden, maar hebben ze niet de hele partij op de markt willen brengen", zegt Volkers, bijgevallen door Klein.

Het is het tweetal bijzonder tegengevallen dat men bij het Rijkspenningenkabinet vlak voor de veiling die indruk heeft gewekt dat het om niet zulke bijzondere munten zou gaan. "Er werd gezegd dat het muntstukken waren, die de mensen in de kerk hebben verloren, dat was natuurlijk gelogen. Zo’n gouden gulden is veel waard. De kerk was vroeger ook een plek waar geld werd gewisseld en handel werd gedreven.

Kenners

Er is de restauratiecommissie van de kerk veel aan gelegen om de onderste steen boven te halen. "Er zijn hier mensen wezen zoeken en die hebben iets gevonden dat ze niet mochten houden", pakt Klein de kern van het probleem. Volgens een deskundige is hier iemand aan de gang geweest die precies wist wat hij moest doen. Dat geeft te denken, het zijn kenners geweest, die over professioneel materiaal beschikten. En nu zullen ze als de dood zijn dat hun naam bekend wordt."

"Moet je nagaan, we zijn hier al jaren aan het martelen om de eindjes aan elkaar te knopen. Met een groot aantal vrijwilligers zijn we hier belangeloos in de weer en dan komen er even wat mensen langs om de krenten uit de pap te halen. Maar het gaat niet om het geld, het gaat om de munten! Die zouden we zouden we moeten hebben. Ze horen hier! Het zou toch prachtig zijn, als we ze hier konden tonen?".

Het pronkstuk van het tiental munten, dat maandag werd geveild, was een Sint-Maartens goudgulden uit de periode 1481 – 1483, met de afbeelding van de graaf Engelbert van Kleef. Van deze munt zijn maar twee andere in Nederland.

Wieringer Courant, 25-11-1994


terug naar geschiedenis kerk terug naar homepagina


adres:  Postbus 19,  1777 ZG  HIPPOLYTUSHOEF
e-mail:  ocm@michaelskerk.org
Colofon
update:  20-06-2010